Tot 1 juli 2015 was de verplichting tot het betalen van een ontslagvergoeding niet vastgelegd in de wet en deze hoefde dan ook niet altijd te worden betaald. We kennen de ‘oude’ ontslagvergoeding onder de naam ‘kantonrechtersformule’. Met de komst van de Wet Werk en Zekerheid, het nieuwe ontslagrecht, is een verplichte ontslagvergoeding ingevoerd, de transitievergoeding.

Iedere werknemer die minstens 24 maanden in dienst is geweest (hetzij op tijdelijke basis, hetzij op basis van een vast contract) heeft recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt opgezegd, ontbonden of niet wordt verlengd. Er is geen transitievergoeding verschuldigd als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de kant van de werknemer, de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd, in geval van faillissement of surseance van betaling of als de werknemer nog geen 18 jaar is en gemiddeld minder dan 12 uren per week werkte.

Als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever dan kan naast de transitievergoeding een billijke vergoeding worden toegekend. Het is mogelijk om bepaalde kosten op de transitievergoeding in mindering te brengen maar hieraan zijn (strenge) voorwaarden verbonden.

Hoe hoog is de transitievergoeding?

De transitievergoeding is aanzienlijk minder hoog dan de ontslagvergoeding op basis van de vroegere kantonrechtersformule. Dat heeft er mee te maken dat niet meer wordt gerekend met ‘gewogen’ dienstjaren (waarbij dienstjaren op latere leeftijd zwaarder wogen dan dienstjaren op jongere leeftijd). Ook de correctiefactor is losgelaten. De mate waarin de werkgever of de werknemer een verwijt valt te maken telt niet meer mee, tenzij er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten).

De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband en de hoogte van het bruto salaris. Over de eerste 120 maanden (10 jaar) ontvangt de werknemer 1/6 van het loon per maand voor elke (volledige) periode van 6 maanden dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd (oftewel 1/3 maandsalaris per dienstjaar); voor de maanden daarna 1/4 van het loon per maand (oftewel 1/2 maandsalaris per dienstjaar). Onder het loon per maand wordt verstaan het bruto maandsalaris vermeerderd met:

  • vakantietoeslag en vaste eindejaarsuitkering
  • de in 1 jaar gemiddeld per maand ontvangen vaste looncomponenten (overwerkvergoeding en ploegentoeslag)
  • de in de voorafgaande 3 kalenderjaren gemiddeld per maand ontvangen variabele looncomponenten (bonussen, winstuitkeringen en variabele eindejaarsuitkeringen).

De transitievergoeding is gemaximeerd tot € 75.000 bruto of, als dat hoger is, een jaarsalaris.

Menu